Een monteur krijgt de opdracht om een pomp te vervangen. De productieafdeling heeft haast, want iedere minuut stilstand kost geld. De pomp is volgens de planning uitgeschakeld en de monteur heeft het juiste gereedschap bij zich. Toch kan het werk niet zomaar beginnen. Is de installatie werkelijk drukloos? Zijn alle energiebronnen afgeschakeld? Kan er nog een gevaarlijke stof uit een leiding vrijkomen? Worden in dezelfde ruimte ook andere werkzaamheden uitgevoerd? En weet de controlekamer dat de installatie voorlopig niet in bedrijf mag worden genomen?
Dit zijn precies de vragen waarvoor een werkvergunning bedoeld is. Een werkvergunning is geen administratief bewijs dat iemand toestemming heeft gekregen om een klus uit te voeren. Het is een veiligheidsinstrument waarmee vooraf wordt vastgesteld onder welke voorwaarden werkzaamheden mogen beginnen, wie waarvoor verantwoordelijk is en welke maatregelen tijdens en na het werk noodzakelijk zijn.
In veel industriële ondernemingen, chemische bedrijven, opslaglocaties en logistieke installaties is het werkvergunningensysteem een vast onderdeel van het veiligheidsbeleid. Contractors komen er vaak dagelijks mee in aanraking. Ook eigen technische diensten, operators, schoonmaakbedrijven en projectmedewerkers kunnen ermee te maken krijgen.
Toch bestaat er regelmatig verwarring. Is een werkvergunning altijd wettelijk verplicht? Wie mag haar afgeven? Mag de uitvoerder de vergunning zelf invullen? En wat gebeurt er wanneer een bedrijf geen werkvergunning gebruikt terwijl de verzekeraar dit wel verwacht?
De werkvergunning als onderdeel van het veiligheidsbeleid
De Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet bevat geen algemeen artikel waarin staat dat voor iedere gevaarlijke klus een formulier met de titel “werkvergunning” moet worden ingevuld. De Arbowet is namelijk een kaderwet. Zij bevat algemene verplichtingen en doelvoorschriften, terwijl meer concrete eisen in het Arbeidsomstandighedenbesluit, de Arbeidsomstandighedenregeling en brancheafspraken worden uitgewerkt.
Dat betekent echter niet dat het gebruik van werkvergunningen vrijblijvend is. Artikel 3 van de Arbowet verplicht de werkgever om een arbeidsomstandighedenbeleid te voeren dat is gericht op zo goed mogelijke arbeidsomstandigheden. De werkgever moet het werk zodanig organiseren dat daarvan geen nadelige invloed uitgaat op de veiligheid en gezondheid van werknemers. Risico’s moeten daarbij zoveel mogelijk bij de bron worden voorkomen of beperkt.
Artikel 5 van de Arbowet verplicht de werkgever de arbeidsrisico’s vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie, de RI&E. Daarin moet ook een plan van aanpak zijn opgenomen. Wanneer uit deze beoordeling blijkt dat bepaalde niet-routinematige of risicovolle werkzaamheden alleen onder gecontroleerde voorwaarden veilig kunnen worden uitgevoerd, kan een werkvergunning een noodzakelijke beheersmaatregel zijn.
De verplichting bestaat dan niet uitsluitend omdat een formulier wettelijk bij naam wordt genoemd, maar omdat de werkgever aantoonbaar passende maatregelen moet nemen om de vastgestelde risico’s te beheersen. Een werkvergunning kan daarbij de verbinding vormen tussen de algemene RI&E, de actuele toestand van de installatie en de concrete werkzaamheden die op een bepaalde dag worden uitgevoerd.
Daarnaast is artikel 8 van de Arbowet belangrijk. De werkgever moet werknemers doeltreffend informeren over de werkzaamheden, de daaraan verbonden risico’s en de maatregelen die zijn genomen om deze risico’s te voorkomen of te beperken. Ook moet passend onderricht worden gegeven en moet toezicht worden gehouden op de naleving van instructies.
Een ondertekende werkvergunning vervangt deze voorlichting en instructie niet. Iemand laten tekenen onder een lijst met maatregelen bewijst nog niet dat hij de risico’s werkelijk begrijpt. De werkvergunning hoort daarom onderdeel te zijn van een gesprek tussen de vergunningverstrekker, de operationeel verantwoordelijke en degene die het werk uitvoert.
Wanneer werknemers van verschillende werkgevers op dezelfde locatie werkzaam zijn, moeten de werkgevers volgens artikel 19 van de Arbowet doelmatig samenwerken op het gebied van arbeidsomstandigheden. Dit is bijzonder relevant bij onderhoudsstops, verbouwingen en projecten waarbij meerdere contractors tegelijkertijd op een fabrieksterrein werken.
Juist in dergelijke situaties helpt een werkvergunning om de verantwoordelijkheden zichtbaar te maken. Zij voorkomt bijvoorbeeld dat een installatie door de ene afdeling wordt ingeschakeld terwijl een externe monteur nog in de machine werkt, of dat laswerkzaamheden worden uitgevoerd naast een schoonmaakactiviteit waarbij brandbare dampen kunnen vrijkomen.
Onderzoeken bij bedrijven met grote hoeveelheden gevaarlijke stoffen laten zien dat incidenten onder meer samenhangen met ontbrekende of onvoldoende specifieke procedures, gebrekkige werkvergunningen, onvoldoende competentie en ongeschikt materieel. In een analyse van incidenten werd bovendien vastgesteld dat een belangrijk deel plaatsvond tijdens reguliere bedrijfsvoering of onderhoud.
De werkvergunning moet dus niet worden gezien als een handtekening voor de administratie. Zij is een laatste controle voordat potentieel gevaarlijk werk daadwerkelijk begint.
Wanneer is een werkvergunning nodig?
Niet iedere activiteit heeft een werkvergunning nodig. Voor normaal, routinematig werk dat volledig is beschreven in een veilige werkinstructie en onder stabiele omstandigheden wordt uitgevoerd, kan een aparte werkvergunning onnodige administratie opleveren.
Het omslagpunt ligt meestal bij werkzaamheden die afwijken van de normale bedrijfsvoering, tijdelijk nieuwe gevaren introduceren of waarbij de veiligheid afhankelijk is van meerdere personen en afdelingen. Een werkvergunning is dan vooral nodig wanneer één fout, misverstand of onverwachte verandering ernstige gevolgen kan hebben.
Een bekend voorbeeld is heetwerk. Hieronder vallen onder meer lassen, slijpen, snijbranden, solderen en andere werkzaamheden waarbij open vuur, vonken of hoge temperaturen ontstaan. Ook werkzaamheden die op het eerste gezicht minder gevaarlijk lijken, zoals werken met een heteluchtpistool of brander, kunnen brandgevaar veroorzaken.
Vooral wanneer heetwerk wordt uitgevoerd buiten een speciaal daarvoor ingerichte werkplaats, is een heetwerkvergunning gebruikelijk en vaak noodzakelijk. Vooraf moet worden beoordeeld of brandbare materialen zijn verwijderd of afgeschermd, of er openingen in vloeren of wanden aanwezig zijn waardoor vonken zich kunnen verspreiden en of brandblusmiddelen beschikbaar zijn.
Na afloop kan brandwacht of nacontrole nodig zijn. Een klein gloeiend deeltje kan immers onzichtbaar in isolatiemateriaal, een kabelgoot, een kier of een dakconstructie terechtkomen en pas veel later brand veroorzaken.
Ook het betreden van een besloten ruimte vraagt meestal om een afzonderlijke vergunning. Tanks, silo’s, putten, kelders, riolen, reactievaten en bepaalde machinekamers kunnen een gevaarlijke atmosfeer bevatten. Er kan sprake zijn van zuurstoftekort, te veel zuurstof, giftige stoffen, brandbare dampen, verdrinkingsgevaar of een beperkte mogelijkheid om de ruimte snel te verlaten.
Vóór het betreden moet telkens worden beoordeeld of de gevaren voldoende zijn beheerst. Metingen moeten worden uitgevoerd door personen die kennis hebben van zowel de gevaren als de gebruikte meetmethoden. De Arbeidsinspectie benadrukt dat een doelmatige opleiding en instructie hiervoor noodzakelijk zijn.
Verder is een werkvergunning vaak nodig bij werkzaamheden aan installaties die gevaarlijke energie bevatten. Daarbij gaat het niet alleen om elektriciteit. Ook hydraulische druk, pneumatische druk, stoom, zwaartekracht, opgeslagen mechanische energie, warmte, koude en bewegende machinedelen kunnen ernstig letsel veroorzaken.
De installatie moet veilig worden gesteld door energiebronnen af te schakelen, te scheiden, te vergrendelen en te controleren. Dit proces wordt vaak aangeduid als lockout-tagout of LOTO. In de werkvergunning wordt vervolgens vastgelegd welke veiligstellingen zijn aangebracht, door wie dat is gedaan en onder welke voorwaarden deze weer mogen worden verwijderd.
Werkzaamheden aan leidingen, tanks of procesinstallaties waarin gevaarlijke stoffen aanwezig zijn, horen eveneens onder een streng vergunningenregime te vallen. Alleen het sluiten van een afsluiter is niet altijd voldoende. Een afsluiter kan lekken, verkeerd zijn gelabeld of door iemand anders worden geopend. Afhankelijk van het risico kan een fysieke scheiding nodig zijn, bijvoorbeeld door blindflenzen, loskoppelen of het verwijderen van een leidingdeel.
Andere werkzaamheden waarvoor regelmatig een werkvergunning wordt toegepast zijn graafwerk, werken op hoogte, hijswerkzaamheden, dakwerk, elektrische werkzaamheden, openen van procesapparatuur, werkzaamheden in een ATEX-zone, het tijdelijk uitschakelen van brandbeveiligingssystemen en werk waarbij asbest of andere gevaarlijke materialen kunnen worden geraakt.
Bij asbestverdachte gebouwen of installaties kunnen specifieke wettelijke verplichtingen gelden. Bij onderhoud, reparatie of sloop kan vóór aanvang een asbestinventarisatie noodzakelijk zijn. Een algemene werkvergunning kan een verplichte inventarisatie of vrijgave nooit vervangen.
Binnen een explosiegevaarlijke omgeving kan de noodzaak van een werkvergunning voortkomen uit het explosieveiligheidsdocument en de daarin vastgelegde procedures. Werkzaamheden die normaal niet in de zone plaatsvinden, kunnen immers tijdelijke ontstekingsbronnen introduceren. Denk aan niet-ATEX-gereedschap, heetwerk, mobiele apparatuur of het openen van een installatie.
Ook tijdens bouwprojecten kan een vergunningensysteem noodzakelijk zijn. Het Arbobesluit verlangt voor bepaalde bouwprojecten een veiligheids- en gezondheidsplan, bijvoorbeeld wanneer bijzondere gevaren aanwezig zijn of wanneer het project een bepaalde omvang heeft. Een werkvergunning kan vervolgens worden gebruikt om de maatregelen uit dat plan voor afzonderlijke werkzaamheden praktisch toe te passen.
De vraag of een vergunning nodig is, moet daarom niet uitsluitend worden beantwoord aan de hand van een standaardlijst. Het bedrijf moet per locatie en proces vaststellen welke activiteiten zonder werkvergunning mogen worden uitgevoerd en voor welke activiteiten formele toestemming nodig is.
Een goede interne regel is dat een werkvergunning wordt gebruikt wanneer de veiligheid niet uitsluitend door de vakbekwaamheid van de uitvoerder kan worden gegarandeerd, maar mede afhankelijk is van de toestand van de locatie, de installatie, andere werkzaamheden of door derden genomen veiligheidsmaatregelen.
Een vergunning is meer dan een formulier
Een werkvergunningensysteem bestaat uit verschillende rollen. De benamingen kunnen per bedrijf verschillen. Vaak is er een aanvrager, een vergunningverstrekker, een operationeel verantwoordelijke en een uitvoerder. Soms worden aanvullende functies gebruikt, zoals een gasmeter, brandwacht, mangatwacht of toezichthouder.
Het belangrijkste is dat duidelijk is wie welke verantwoordelijkheid draagt. De vergunningverstrekker moet voldoende kennis hebben van de installatie en de bedrijfsrisico’s. De uitvoerder moet de werkzaamheden, de gebruikte methode en het gereedschap begrijpen. Geen van beiden kan de volledige beoordeling alleen uitvoeren.
De vergunningverstrekker kan bijvoorbeeld weten dat een leiding drukloos en gespoeld moet zijn, terwijl de contractor kan aangeven dat voor het losnemen van de flens nog een hijsmiddel of tijdelijke ondersteuning nodig is. De kwaliteit ontstaat door deze informatie bij elkaar te brengen.
Een goede werkvergunning beschrijft duidelijk waar het werk wordt uitgevoerd, wat de werkzaamheden precies inhouden en gedurende welke periode de vergunning geldig is. Vage omschrijvingen zoals “onderhoud uitvoeren” of “pomp repareren” zijn onvoldoende. Er moet worden vermeld welke pomp, leiding, tank, ruimte of installatie het betreft en welke handelingen zijn toegestaan.
Vervolgens worden de gevaren benoemd. Dit kan gaan om gevaarlijke stoffen, druk, temperatuur, elektriciteit, valgevaar, brand, explosie, bewegende delen, verkeer, lawaai of werkzaamheden van andere partijen.
Daarna volgen de maatregelen die vóór aanvang moeten zijn uitgevoerd. Denk aan het uitschakelen en vergrendelen van energiebronnen, het drukloos en productvrij maken van leidingen, ventileren, gasmeten, afzetten van de werkplek, verwijderen van brandbare materialen en gereedzetten van blusmiddelen.
Ook moet worden vastgelegd welke maatregelen tijdens het werk gelden. Voorbeelden zijn het continu uitvoeren van gasmetingen, het inzetten van een brandwacht, het dragen van specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen, het gebruik van explosieveilig gereedschap of het aanwezig houden van een mangatwacht.
De laatste stap vóór de ondertekening is de controle op de werkplek. De vergunning kan achter een bureau worden voorbereid, maar mag niet uitsluitend op basis van papier worden verstrekt. De daadwerkelijke werkomstandigheden moeten worden bekeken. Is de juiste installatie veiliggesteld? Klopt het installatienummer? Zijn de afgesproken afzettingen aanwezig? Worden in de buurt andere activiteiten uitgevoerd?
Na deze controle bespreken vergunningverstrekker en uitvoerder de inhoud. De uitvoerder moet de mogelijkheid hebben om vragen te stellen en de vergunning te weigeren wanneer de omstandigheden niet veilig zijn.
Een vergunning is altijd gebonden aan een bepaalde tijdsduur en situatie. Zij mag niet automatisch meerdere dagen geldig blijven wanneer omstandigheden kunnen veranderen. Bij een ploegwisseling, alarm, processtoring, verandering van werkwijze, onderbreking of nieuwe gelijktijdige activiteit moet de geldigheid opnieuw worden beoordeeld.
Wanneer de werkzaamheden zijn afgerond, wordt de werkplek gecontroleerd en opgeleverd. Gereedschap, afval en tijdelijke voorzieningen moeten zijn verwijderd. Beveiligingen mogen pas worden opgeheven wanneer is vastgesteld dat de installatie weer veilig in bedrijf kan worden genomen.
Bij heetwerk is de afsluiting extra belangrijk. Brand kan pas na enige tijd zichtbaar worden. Formulieren voor brandgevaarlijke werkzaamheden beperken de toestemming daarom vaak tot één werkdag en verlangen dat bij voortzetting opnieuw een beoordeling plaatsvindt.
Werkvergunningen en de verzekering
Naast de arbeidsomstandighedenwetgeving spelen verzekeringsvoorwaarden een belangrijke rol. Verzekeraars kijken niet alleen naar de aanwezigheid van brandmelders, blusmiddelen en sprinklerinstallaties. Zij beoordelen ook hoe een organisatie brandgevaarlijke werkzaamheden, onderhoud, contractors en tijdelijke wijzigingen beheerst.
Wet- en regelgeving waarborgt niet automatisch dat alle mogelijke bedrijfsschade wordt voorkomen. Het Verbond van Verzekeraars adviseert ondernemers daarom om samen met onder meer de verzekeraar, brandweer of adviseur te beoordelen welke aanvullende preventiemaatregelen nodig zijn om brand en schade te beperken.
Vooral brandgevaarlijke werkzaamheden krijgen veel aandacht. Een verzekeraar kan in de polisvoorwaarden, preventieclausules, inspectierapporten of bijzondere afspraken eisen stellen aan heetwerk. Daarbij kan het gebruik van een formulier brandgevaarlijke werkzaamheden of een heetwerkvergunning verplicht worden gesteld.
Zo’n vergunning kan voorwaarden bevatten over het verwijderen van brandbare materialen, de beschikbaarheid van blusmiddelen, het in bedrijf houden van brandbeveiligingssystemen, de vakbekwaamheid van uitvoerders, controle van aansprakelijkheidsverzekering en toezicht tijdens en na de werkzaamheden. Een heetwerkvergunning van verzekeraar Aviva benoemt bijvoorbeeld dat risicobeoordelingen en werkmethoden vooraf moeten zijn beoordeeld, dat de competentie van uitvoerders moet zijn bevestigd en dat brandbeveiligingssystemen beschikbaar moeten zijn.
Het feit dat een verzekeraar een vergunning verlangt, betekent niet dat iedere verzekeraar exact dezelfde eisen hanteert. Polisvoorwaarden verschillen. Ook kunnen voorwaarden afhangen van het gebouw, de bedrijfsactiviteiten, de bouwwijze, de waarde van de aanwezige goederen en de omvang van het brandrisico.
Daarom moet een bedrijf niet uitgaan van een algemeen internetformulier zonder eerst de eigen polis, clausules en preventieafspraken te controleren. Een formulier van een andere verzekeraar kan andere controletijden, verantwoordelijkheden of voorwaarden bevatten.
Wanneer een verzekerde een overeengekomen preventiemaatregel niet naleeft, kan dit gevolgen hebben voor de schadeafwikkeling. Welke gevolgen precies gelden, hangt af van de polisvoorwaarden, de formulering van de clausule, het verband tussen de tekortkoming en de schade en het toepasselijke verzekeringsrecht.
Het is daarom te eenvoudig om te stellen dat een verzekeraar bij het ontbreken van een werkvergunning automatisch nooit uitkeert. Omgekeerd is het ook onverstandig om aan te nemen dat een brand altijd volledig gedekt is, zelfs wanneer een duidelijke preventievoorwaarde is genegeerd.
De veiligste benadering is om de eisen schriftelijk af te stemmen met de verzekeraar of assurantieadviseur en deze in het bedrijfseigen vergunningensysteem te verwerken. Bewaar ingevulde vergunningen volgens een vastgestelde bewaartermijn. Zij kunnen na een incident aantonen welke risico’s vooraf zijn beoordeeld, welke maatregelen waren voorgeschreven en wie verantwoordelijk was voor de uitvoering.
Daarbij moet worden voorkomen dat het formulier alleen wordt ingevuld om de verzekeraar tevreden te stellen. Wanneer de genoemde maatregelen in werkelijkheid niet zijn uitgevoerd, biedt een ondertekend formulier geen bescherming. Het kan juist aantonen dat de organisatie wist welke maatregelen noodzakelijk waren, maar deze niet heeft toegepast.
Veelvoorkomende fouten in de praktijk
Een van de grootste fouten is dat een werkvergunning wordt behandeld als toegangsbewijs. Een contractor meldt zich bij de receptie, krijgt een formulier, verzamelt enkele handtekeningen en begint met het werk. Niemand controleert de daadwerkelijke werkplek.
Een tweede fout is het routinematig aankruisen van standaardmaatregelen. Op iedere vergunning staat bijvoorbeeld dat de installatie drukloos is, terwijl niemand heeft gecontroleerd of dit daadwerkelijk zo is. Of er wordt aangekruist dat een gasmeting niet van toepassing is, zonder dat iemand kan uitleggen waarom.
Ook onduidelijke verantwoordelijkheden zorgen voor problemen. De vergunningverstrekker denkt dat de technische dienst de installatie heeft veiliggesteld, terwijl de technische dienst ervan uitgaat dat de operator dit heeft gedaan. In een goed systeem wordt iedere kritische maatregel aan een specifieke rol of persoon gekoppeld.
Een andere tekortkoming is dat de vergunning te breed wordt opgesteld. Eén vergunning wordt dan gebruikt voor verschillende installaties, meerdere dagen of een reeks verschillende werkzaamheden. Daardoor wordt onduidelijk waarop de beoordeling precies betrekking had.
Ook de samenloop van werkzaamheden krijgt vaak te weinig aandacht. Laswerk kan op zichzelf correct zijn voorbereid, maar toch onveilig worden wanneer boven de werkplek gelijktijdig met oplosmiddelen wordt gewerkt. Graafwerk kan veilig lijken, totdat blijkt dat een andere contractor dezelfde dag een kabel onder spanning heeft gebracht.
Daarom is vergunningencoördinatie noodzakelijk. Zeker tijdens onderhoudsstops moet iemand overzicht houden over alle actieve vergunningen, de locaties van de werkzaamheden en mogelijke onderlinge beïnvloeding.
Tot slot wordt de vergunning soms afgesloten zonder de werkplek daadwerkelijk te controleren. De installatie wordt weer in bedrijf genomen terwijl gereedschap is achtergebleven, een afscherming ontbreekt of een tijdelijke leiding nog aanwezig is.
Een degelijk systeem kent daarom een duidelijke overdracht, schorsing, verlenging en afsluiting. De vergunning blijft gedurende het hele werkproces een actief document.
Opleiding Veilig werken met werkvergunningen
Een werkvergunningensysteem kan alleen functioneren wanneer de betrokken personen begrijpen wat hun rol inhoudt. Het invullen van een formulier lijkt eenvoudig, maar het herkennen van gevaren, beoordelen van maatregelen en beheersen van verantwoordelijkheden vraagt kennis en oefening.
Wij bieden hiervoor de opleiding Veilig werken met werkvergunningen aan. Deze opleiding is bedoeld voor medewerkers die werkvergunningen aanvragen, opstellen, verstrekken, ontvangen, uitvoeren of controleren.
Tijdens de opleiding wordt aandacht besteed aan het doel van een werkvergunning, de relatie met de RI&E en de wettelijke zorgplicht, de verschillende rollen en verantwoordelijkheden en de manier waarop een taakgerichte risicoanalyse wordt uitgevoerd.
Ook komen veelvoorkomende soorten vergunningen aan bod, zoals heetwerkvergunningen, vergunningen voor besloten ruimten, elektrische werkzaamheden, graafwerk, werkzaamheden op hoogte en het openen van leidingen of procesapparatuur.
Deelnemers leren dat een werkvergunning niet begint met het invullen van een formulier, maar met het begrijpen van het werk. Eerst moet duidelijk zijn wat iemand gaat doen, welke gevaren daardoor ontstaan en welke installatie- en omgevingscondities van invloed zijn.
Daarnaast wordt aandacht besteed aan de communicatie tussen opdrachtgever en contractor, veiligstellen van installaties, lockout-tagout, gasmetingen, gelijktijdige werkzaamheden, ploegwisselingen en de correcte afsluiting van een vergunning.
De opleiding maakt iemand niet automatisch technisch deskundig voor iedere soort installatie of werkzaamheid. Een deelnemer wordt bijvoorbeeld niet uitsluitend door deze opleiding bevoegd om hoogspanningsinstallaties te beoordelen of gasmetingen in besloten ruimten uit te voeren.
De opleiding zorgt er wel voor dat betrokkenen het vergunningenproces begrijpen, kritische vragen leren stellen en herkennen wanneer aanvullende specialistische kennis nodig is. Dat is essentieel, want een vergunning is slechts zo betrouwbaar als de mensen die haar voorbereiden, verstrekken en uitvoeren.
Een werkvergunning is toestemming onder voorwaarden
Een werkvergunning betekent niet dat het werk zonder meer veilig is. Zij betekent dat het werk onder de beschreven omstandigheden, met de afgesproken maatregelen en binnen de aangegeven geldigheidsduur mag worden uitgevoerd.
Veranderen de omstandigheden, dan kan de toestemming vervallen. De uitvoerder moet het werk stoppen bij een alarm, lekkage, onverwachte geur, gewijzigde installatieconditie, onveilige handeling of andere afwijking. Eerst moet opnieuw worden beoordeeld of de werkzaamheden veilig kunnen worden voortgezet.
De kracht van een goed werkvergunningensysteem ligt daarom niet in de hoeveelheid papier. Zij ligt in het gesprek dat vóór het werk wordt gevoerd, de controle die op de werkplek plaatsvindt en de bereidheid om het werk niet te starten wanneer de voorwaarden niet kloppen.
Wanneer een organisatie werkvergunningen gebruikt als administratieve formaliteit, ontstaat schijnveiligheid. Wanneer zij worden gebruikt als praktisch middel om risico’s, verantwoordelijkheden en werkzaamheden bij elkaar te brengen, kunnen zij juist een van de belangrijkste barrières tegen ernstige incidenten vormen.
Veilig werk begint uiteindelijk niet op het moment dat de monteur een bout losdraait. Het begint op het moment dat opdrachtgever en uitvoerder samen vaststellen wat er kan misgaan en hoe zij voorkomen dat dit gebeurt.